ZKV
Een Zeer Kort Verhaal (ZKV) is een apart genre. Noem het microfictie of handpalmverhalen. Vaak telt het niet meer dan een paar honderd woorden. De Nederlandse schrijver A.L. Snijders was er een meester in. Vaak vertrekt het van iets uit het dagelijkse leven. Het genre heeft me geprikkeld en sindsdien blijven ZKV opduiken in mijn schrijfsels. Inspiratie te over op straat: een blik, een houding, een klein gebaar… Verhalen uit de grote stad.
Inhoudsopgave
Ruw
06/06/2025
Wie doet me wat? Zo staat ze daar, leunend op haar rechterbeen, het linkerbeen schuin opzij. Aan de bushalte staan nog een paar mensen, maar zij springt eruit. Is het haar blik of is het haar postuur?
Grote ogen in een breed uitgesneden gezicht, korte haren zonder snit, een brede romp, grote gestalte. Als je de wereld in stilte staat uit de dagen, wat spookt er dan door je hoofd?
Ze heeft net iemand omvergelopen, haar baas flink de waarheid gezegd, iets gejat in de buurtwinkel, een officiële brief verscheurd, haar wederhelft de bons gegeven.
De bus arriveert en beleefd laat ze iedereen opstappen voor ze zelf naar binnen gaat. Die ruwe blik is haar schild. Anders verkruimelt haar peperkoeken hartje.
Fiona
13/06/2025
Telefoon van de tandartsassistente. Mijn volgende afspraak wordt met veertien dagen uitgesteld. Het is lastig om er één te vinden, wanneer de vorige met pensioen gaat. Ik ben blij dat er een bekwame buitenlandse tandarts opdook in de nieuwe groepspraktijk. José is nu mijn fijne tandarts. Eén die niet hardhandig te werk gaat, die de tijd neemt voor uitleg. Hij is ontzettend lief met ons hondje wanneer we hem tegenkomen op straat. Hij zegt dat hij Fiona mist.
José spreekt uitstekend Engels en wanneer ik hem vraag of hij Nederlands wil leren, is hij meteen enthousiast. Wanneer beginnen we eraan? Hij ziet het helemaal zitten. Gewoon om met de patiënten te kunnen converseren. Ik zoek informatie bij elkaar en laat de praktijk weten dat ik hem wil helpen. Hij heeft mijn telefoonnummer. Hij contacteert me niet.
De tandartsassistente belt me wel: José is naar huis en komt niet meer terug. Fiona laat hem niet los. Fiona is zijn hond.
De laatste avond
20/06/2025
Vannacht heb ik wakker gelegen. In mijn verbeelding struikelde ik over de zoom van mijn brede broekspijpen. Toen ik die broek kocht, dacht ik nog dat ze me misschien wel mooi stond, maar dat het toch riskant was om ze te dragen op het podium. Nooit te lang, te wijd of te strak, dat weet ik wel. Maar de stof voelde zo goed, dus ik heb me laten verleiden. Stel je voor dat ik mijn evenwicht zou verliezen en met mijn kin op het klavier zou vallen? Zulke risico’s durf ik niet te nemen. In ieder geval kleed ik me discreet, zwart, als een schaduw.
Dat is immers mijn rol. Ik ben niet belangrijker dan de muziekstandaard. Wel even belangrijk. Is er geen standaard, dan kan de pianist zijn partituur niet lezen, is er geen partituurassistent om de bladen om te draaien, dan ontspoort het muziekstuk. Solisten spelen alleen het bekende repertoire uit het hoofd dat ze op den duur helemaal kunnen zingen, maar geen verplichte of minder bekende werken.
Mijn rol is bijna uitgespeeld. Meer en meer pianisten schakelen over op een tablet. Dat kunnen ze bedienen met hun linkervoet. Stiekem ben ik daar blij om, want mijn ogen gaan achteruit. De pianist zit met zijn neus op de partituur, maar ik zit dubbel zo ver. Een bril staat me niet, daar begin ik niet aan.
Goed ik ben getraind, zeg maar gepokt en gemazeld: noten lees ik als de beste. Het is zowat mijn tweede beroep. ‘Linea, je bent niet meer dan een blaadjesdraaier, verbeeld je maar niets,’ zegt mijn moeder altijd. Dat doe ik ook niet. Zou ze jaloers zijn dat ik daar op het podium zit tussen al dat talent, iets wat zij nooit heeft kunnen bereiken? Daarom moest ik ook zo mijn best doen op de muziekschool en later aan het conservatorium. Maar te goed moest het nu ook weer niet gaan. En toen ik al vroeg last kreeg van mijn schouder, leek ze niet eens teleurgesteld dat ik geen professionele violiste zou worden. Muziekleerkracht was goed genoeg.
Enfin, het gaat dus niet over mij. Ik geef toe dat het me altijd veel plezier heeft gedaan als mijn vroegere medestudenten me bleven vragen om de bladen te komen omdraaien bij een belangrijke opdracht. Je moet fit zijn, goed geslapen hebben, een goede reflex hebben, de goede timing voelen, geen fractie te vroeg of te laat. Ik weet bij wie ik wat vroeger mag draaien en bij wie het echt tot aan de laatste noot moet voor ik vliegensvlug omsla.
Soms checken we samen dat de bladen niet aan elkaar kleven. Stel je voor dat ik er twee tegelijk zou draaien. En niet te hard trekken of het papier gaat vliegen. Die dingen gebeuren af en toe en niet iedereen kan daarom lachen! Ik mag ook niet bij de basregisters van de piano blijven haken, moet mijn linkerhand gebruiken, want anders hang ik voor de pianist. Maar ik ben linkshandig, geen probleem. Mijn lange haren bind ik samen, die mogen ook niet als een gordijn in de weg hangen. En niet niezen, alsjeblieft. Je ziet het, er komt best wat bij kijken.
De keer dat de partituur van de standaard gleed, waren we gelukkig nog aan het repeteren. Een hobbelige repetitie, want eerst stonden de wieltjes onder de piano nog niet vast. Och, we hebben eens goed gelachen. Die andere keer dat de pianiste niet zo fris rook, zeg maar verschrikkelijk transpireerde, was niet zo fijn voor mij. Ik draag altijd een speciaal podiumparfum. Dat is mijn geheimpje, onopvallend en zacht.
En vanavond doe ik het dus voor de laatste keer. Eigenlijk wilde ik niet meer, maar ach die lieve Francis heeft me overtuigd. Als er één iemand is die me kan overtuigen om er toch mee door te gaan, is hij het wel. Voor hem zou ik zelfs overwegen om te gaan brillen. Nu moet ik niet emotioneel worden. Ik heb een ander broekpak aan, geen zoom om in te blijven haken, geen brede mouwen, geen hakken. Eenvoudig en netjes zoals het hoort.
Francis heeft me extra bedankt dat ik hem toch nog een keertje wil assisteren, hij is echt een schat die ik niet in de steek wil laten bij dit concert. Vroeger was ik stiekem verliefd, en dan vooral op zijn handen. Ik fantaseerde wel eens van dat hij met zijn soepele vingers piano speelde op mij. Het is helaas bij fantasie gebleven. Hij koos voor een collega. De repetitie eergisteren was wel weer super gezellig. We zijn nog iets gaan drinken achteraf en hij heeft gezegd dat ze uit elkaar gaan na al die jaren.
Goed, het is zover, bij de les blijven nu. We gaan het podium op. Kan ik braaf naar de noten blijven kijken en niet gaan dromen? Als ik me maar niet verlies in zijn grote prachtige handen, zijn lange, slanke vingers die vol overgave lopen, dansen, hameren, roetsjen, strelen en aarzelen of vlinderen over het klavier. Gewijde stilte, de eerste noot.
Donderende tred
27/06/2025
Je stevige voetstappen doen me achteromkijken. Je bent vlak bij me op het smalle voetpad. Ik ga een beetje opzij naar rechts, zodat je me vlot links kan inhalen, geen probleem. Mijn bungelende laptop aan mijn linkerschouder hou ik tegen me aan, zodat die je niet zal hinderen. Je passeert vastberaden.
20 m voor ons komt een jonge vrouw ons tegemoet. Jouw vaart mindert niet. Je bent ook haar meteen voorbij gesneld. Tot mijn verbazing slaat je linkerhand even uit en gooit haar lange haren omhoog. Zonder te vertragen, je trein dendert door.
Meisje en ik zijn elkaar nu genaderd en ik vraag haar of het gaat. Alles oké, het gaat wel, maar waarom zei hij dat ze rechts moest houden? Dat deed ze toch?
In marsritme storm je verder. Stripballonnen vol uitroeptekens en bliksem komen je oren uit. Waren ze niet geleverd dan, je drugs?
Kopzorgen
04/07/2025
Wanneer ze haar hoofd opheft, zijn haar ogen vochtig. Ik dacht dat ze barstende hoofdpijn had, zoals je ineen kan krimpen als de pijn niet te harden is. Misschien is het hoofdpijn en verdriet door eenzelfde obstakel.
Ze was met de twee bengels vol plakkerige donut op de tram gestapt. Ze droeg een gevulde boodschappentas van een goedkope supermarkt. Ik zag er brood uitsteken. Slechts één boodschappentas. De jongens gingen een eindje verder op een lege plek zitten en zo kon ze gerust het hoofd buigen en krimpen.
Je kan krimpen van angst voor wat komen gaat: klappen voor je kop of slagen van het leven. Zoals ook een herinnering je kan verschrompelen, alsof je er niet bij wil zijn. Is dat haar krimpscenario?
De moeder neemt haar kleine portemonnee en plukt er de korte rekening uit. Er is nog net een tientje zichtbaar. Even scannen wat ze heeft kunnen kopen. En dan buigt de vrouw het hoofd weer. Bij de volgende halte roept ze de kinderen en gaat bij de deur staan om uit te stappen. Bijna thuis. Bijna het eind van de maand.
Handen vol
29/08/2025
Hij blijft maar neen schudden met grote heftigheid. Knap gezicht achter donkere glazen, af en toe komen zijn wenkbrauwen erbovenuit wanneer hij iets met grote nadruk betoogt.
Ze ziet de bestuurder in haar achteruitkijkspiegel. Ze heeft ruim de tijd om hem te observeren. Ze schuiven in een lange rij aan voor het rode licht. Het licht gaat maar even op groen, veel te kort om alle wachtende auto’s door te laten.
Zijn mondhoeken hangen afkeurend naar beneden, ook wanneer hij niet praat. Zijn hoofd beweegt in alle richtingen tijdens zijn discussie. Dan buigt hij opzij en rommelt hij op de passagierszetel naast hem. Ah, hij zocht een sigaret die hij meteen opsteekt en waar hij gulzig aan zuigt. Zijn linkerhand gaat met het rokertje nonchalant uit het raam hangen.
Oef, bijna is het haar beurt om door het groene licht te mogen. Toch kan ze haar ogen niet van hem afhouden, benieuwd of hij nog verder zal praten, want hij zwijgt nu al eventjes. Daar gaat hij weer, hij heeft zijn gesprekspartner aan de andere kant van de lijn alleen maar even laten uitpraten.
Wat doet die nu? Hij neemt zijn telefoon in zijn hand als om beter te kunnen bellen. Wanneer ze eindelijk het kruispunt kunnen oversteken, werpt ze een snelle blik: in zijn linkerhand de sigaret uit het raam en in zijn rechterhand zijn mobieltje. Stuurt hij met zijn knieën of zo?
In de volgende straat probeert ze afstand te houden, want als ze plots moet remmen voor iets, zal hij haar auto niet kunnen ontwijken. Gelukkig komt er een kruispunt waar ze zal afslaan, dan raakt ze hem hopelijk kwijt. Tot haar verbazing neemt hij de bocht. Ze kan niet zien hoe hij dat klaarspeelt, want ze let graag op de baan en het andere verkeer. Ze heeft geen zin om zelf een aanrijding te veroorzaken. Heeft hij misschien drie handen? Ze overweegt of ze opzij gaat staan om hem door te laten.
Bij de rotonde neemt ze de bocht sneller dan anders en tot haar opluchting neemt hij eindelijk een andere straat. Ze zucht. Tijd dat ze thuis arriveert.
En dan is daar plots die stepper die onverwachts dwars de straat over steekt.
Een beetje benzine
05/09/2025
Hij had haar niet zien staan. Hij rijdt het tankstation binnen en houdt halt aan de eerste benzinepomp. Hij ontgrendelt de klep van zijn tank en gaat aan de betaalautomaat de juiste pomp activeren.
Wanneer hij de slang wil grijpen, staat een blonde vrouw ineens voor zijn neus. Ze is stevig en groot, kort geknipt, sportieve blouson. Ze spreekt hem aan in het Frans. Hij veinst dat hij het niet verstaat. Ze schakelt over naar het Nederlands. Of hij haar niet wat brandstof kan betalen, want ze is thuis haar portefeuille vergeten. Hij fronst: thuis weggereden zonder identiteitskaart op zak?
“Een beetje maar, dat is genoeg.” Hij antwoordt dat hij het vervelend vindt. Hij scant de omgeving, overloopt wat scenario’s en merkt een glanzende zwarte auto met donkere ruiten op. Hij heeft niet het idee dat ze daarnet daarvandaan kwam. Het voelt niet goed.
“Dus u doet het niet?” Hij schudt nee en ze drentelt weg.
Hij begint te tanken. Het kan niet snel genoeg gaan. Bijna vol, hij hangt de slang al terug. Meteen vraagt hij een ticket om de beurt echt af te sluiten. Hij stapt in en vergrendelt onmiddellijk het portier.
Traag rijdt hij het station uit. In zijn achteruitkijkspiegel ziet hij haar nog rondkijken naar een ander slachtoffer. Wantrouwen en schuldgevoel vechten om zijn gemoed.
De volgende week, zelfde tijdstip, ander tankstation. Hij heeft benzine nodig, maar ziet haar net op tijd staan bij de glanzende zwarte auto. Zij heeft hem niet opgemerkt. Zijn tank is bijna leeg. Hij gaat op zoek naar een ander station.